Hoe werkt Google Tag Manager?

De Tag Manager handleiding voor beginners

Heb je al enige kennis van Google Analytics? Dan kun je aan de slag met Google Tag Manager. Maar hoe werkt dat precies? En heb je hier technische kennis voor nodig?

Nee is het antwoord. Heel kort door de bocht is Tag Manager een tool die je gebruikt om bepaalde stukjes code (tags) op je website te zetten. De voordelen hiervan zal ik straks behandelen, eerst laat ik zien hoe je ermee begint en hoe je tags instelt.


Hoe begin ik?

Google Tag Manager is net als Google Analytics een website die (gratis) toegankelijk is voor iedereen met een Gmail account.  Als je voor de eerste keer inlogt zie je onderstaande scherm. Hier vul je de naam van de website in en de URL zonder http(s)://. Vervolgens klik je op internet. Zoals je ziet kun je Tag Manager ook gebruiken voor apps. Dit werkt grotendeels hetzelfde, maar in dit geval ga ik alleen websites behandelen.

Als het goed is krijg je nu de algemene voorwaarden te zien, die mag je uiteraard helemaal doorlezen, maar je zult toch op ja moeten drukken om daadwerkelijk Google Tag Manager te kunnen gebruiken. Als je dat gedaan hebt, zie je de container: de code die in de bron van de website geplaatst moet worden. Dit is de enige stap waarbij je iemand van afdeling ICT lief aan moet kijken. Heb je geen programmeur tot je beschikking? Kijk dan eens rond of er geen plug-ins te downloaden zijn. WordPress heeft er aantal. Check hierbij wel altijd of de code op de juiste plaats in de broncode komt te staan. Het eerste gedeelte moet meteen na de <head> tag komen, het tweede direct na de <body> tag.

Wat betekenen alle knoppen?

Zijn triggers en tags Spaanse woorden voor jou? Doe dan een snelcursus met de onderstaande Tag Manager legenda. 

Hoofdmenu

  • Container: Stukje script dat in de broncode van je website geplaatst moet worden. Eigenlijk lijkt deze container ook wel op een echte kliko; alleen is het geen verzameling afval, maar een verzameling tags.
  • Werkruimte: De plaats om alle tags aan te maken, hier kom je standaard in terecht als je (voor een tweede keer) bent ingelogd.
  • Versies: Een logboek die automatisch bijhoudt welke aanpassingen zijn gedaan, door wie en wanneer.
  • Beheer: Heeft veel weg van de functie beheerder in Google Analytics. Hier kun je gebruikers toevoegen, namen wijzigen en containers importeren en exporteren. Dit laatste is erg handig als je meerdere websites hebt met dezelfde opbouw.
  • Voorbeeld: Hoe kom je erachter of tags werken? Daar is de knop voorbeeld voor. Het laat zien op welke pagina’s of bij welke acties een bepaalde tag wordt geactiveerd.
  • Verzenden: Hiermee worden de tags verplaatst naar een andere omgeving. Standaard is dit de live site, maar je kunt bijvoorbeeld ook een testlocatie toevoegen.

Werkruimte menu

  • Overzicht: Dit is je dashboard, hier zie je in één oogopslag welke wijzigingen zijn doorgevoerd en welke nog in de werkruimte staan.
  • Tags: Stukje code wat wordt uitgevoerd op je website en wordt toegevoegd aan de container. Denk hierbij aan een Analytics paginaweergave tag.
  • Triggers: De precieze plaats op de website waar je wilt dat de tag geactiveerd wordt. Een voorbeeld hiervan is de verzendknop bij een contactformulier.
  • Variabelen: Bepaalde waarde die gebruikt kan worden bij triggers en tags. Wil je een knop meten? Dan zal de waarde bijvoorbeeld click classes of click ID zijn, terwijl je bij het meten van een complete pagina de variabele Page URL kunt gebruiken.
  • Mappen: Om je account overzichtelijk te houden, kun je alle tags, triggers en variabelen indelen in mappen.

Hoe maak ik een tag aan?

Nu is het tijd om je eerste tag aan te maken…spannend! Nee, eigenlijk helemaal niet. Als je het een paar keer gedaan hebt, zul je zien dat het vanzelf gaat. Om te beginnen gaan we mappen aanmaken waarin we alle tags en triggers zullen opslaan. Klik op nieuwe map en vul hier een bijpassende naam in, bijvoorbeeld Analytics. Nu zal ik het aanmaken van twee belangrijke tags stapsgewijs uitleggen.

Google Analytics tag - Paginaweergave

Voordat je deze tag erin zet, moet je goed kijken of er niet al een trackingcode op je website staat. Zo nee, dan is er niks aan de hand. Zo ja, dan zul je deze eerst moeten verwijderen of de programmeur weer lief aankijken. Vervolgens begin je met het aanmaken van de variabelen. Je klikt op nieuw en vervolgens op constant. Onder waarde vul je de Analytics Tracking-ID in. Deze code kun je terugvinden in Analytics en begint altijd met UA-. De variabele geef je een naam en plaats je in de bijbehorende map.

Nu kun je de trigger aanmaken. Klik op nieuw en daarna op paginaweergave. We gaan in dit geval even uit van het feit dat je alle pagina’s op je website wilt meten, dus we selecteren alle paginaweergaven, plaatsen de trigger in de map en slaan de trigger op. 

De tag kan nu aangemaakt worden. Je klikt op nieuw en vervolgens op tagconfiguratie en Universal Analytics. Onder Google Analytics instellingen vul je de trackingscode variabele in. De rest van deze tag instellingen kunnen ongewijzigd blijven. Bij triggers voer je de zojuist aangemaakte paginaweergave trigger toe. Even opslaan & verzenden en de tag staat op je website.

Google Analytics tag - Events

In dit geval gaan we een druk op de knop meten. Als voorbeeld hebben we de verzend button op onze contactpagina gekozen, zie getnoticed.nl/contactform.

Om te beginnen moet je onderzoeken welke variabele je nodig hebt. Hiervoor ga je naar het contactformulier op de website. Met de rechter muisknop klik je op de verzendknop en vervolgens druk je op inspecteren of element inspecteren (Chrome en Firefox). Er komt een scherm tevoorschijn met veel code, maar alleen hetgeen wat in het donkerblauw staat is relevant. In dit geval de button class ‘btn btn--main ripple pull-right’, dus deze gaan we gebruiken. De variabele die hierbij hoort is click classes. Aangezien de class niet uniek is, vinken we ook page URL aan.



Bij triggers druk je op klik – alle elementen en vervolgens op sommige klikken. De click classes moet gelijk zijn aan btn btn--main ripple pull-right. Op de website staan meerdere knoppen met dezelfde class, maar we willen alleen de contactpagina meten. De Page URL moet dus de slug van de contactpagina bevatten, in dit geval /contactform. Even aan de map toevoegen en opslaan.

Vervolgens kan de tag aangemaakt worden. Kies hierbij voor Universal Analytics en onder trackingtype voor gebeurtenis. Categorie en actie mag je vrij invullen, ik heb gekozen voor contactformulier en button klik. Onder label voeg je de variabele page path toe. Bij de tracking-ID mag de trackingcode van Google Analytics toegevoegd worden als variabele. Alle overige velden kunnen ongewijzigd blijven op de triggers na. Hier activeer je jouw contactformulier trigger, die je net hebt aangemaakt.



Als je de tag hebt opgeslagen en verzonden, kun je het aantal kliks op de verzend button terugvinden in Google Analytics. Dit zie je onder gedrag > gebeurtenissen > overzicht. 

Wat zijn de voordelen van Google Tag Manager?

In het kort nog even de toegevoegde waarde van Google Tag Manager, want waarom zou je het gaan gebruiken?

  • Website is sneller geladen, doordat alle tags in één klein bestand staan (container)
  • Eenvoudig in gebruik, je hebt geen programmeur nodig om codes te plaatsen
  • Betrouwbaar, alle tags kun je testen
  • Google geeft zelf aan als er fouten in de code staan
  • Het is helemaal gratis en zonder addertjes onder het gras
Tags: Marketing, Google

Wil je meer informatie?

Neem contact met ons op, de koffie staat klaar!

Contact opnemen